maandag 21 juli 2014 /

Blog / in memoriam

Mijn buurman Pim

Mijn buurman Pim lag in het weiland in niemandsland. Ik weet niet waar hij nu is. In een gekoelde trein? Op weg naar het coördinatiecentrum dat het ministerie van Defensie in Charkov heeft opgezet? Of zou hij nog ergens verstopt liggen? Ik wil er eigenlijk niet aan denken, maar doe het de hele dag door. Hopen dat er een begrafenis kan komen, het is gek. 

 

Niet alleen het verlies van zoveel levens, maar ook de onbarmhartigheid van individuen en van naties op dit moment maakt me treurig. IJskoud boeventuig in legerpakken, uitgerust met wapens waar ze niet mee om kunnen gaan. Die met hun smerige, sadistische poten de lichamen van de slachtoffers hebben bezoedeld, aan hun spullen hebben gezeten. Die de baas spelen, de door henzelf veroorzaakte ramp gebruiken als oorlogstroef. Die geen verantwoordelijkheid nemen voor hun daden en dat ook nooit zullen doen. Het was geen ongeluk, maar een aanslag. Ik heb niet de illusie dat er recht gedaan zal worden.

 

Ik ben samen met de rest van Nederland woedend op Poetin die de situatie ziet als de zoveelste ronde schaak op wereldniveau, waarbij de spelregels, het internationaal recht, niet opgaan. Ook hij ontspringt de dans, ben ik bang.

 

Hoe onvoorstelbaar moet deze situatie voor Pim’s familie zijn, voor zijn vrienden en voor zijn huisgenoot Maarten.

 

Een jongen van 32, bijna net zo oud als ik, die zijn tanden stevig in het leven had gezet. Bevlogen aan onze tafel met mijn vriend Maarten de wereldproblemen besprak. Over welke kant D66 op moest, vertelde over zijn avonturen in Maleisië en zijn belevenissen als verkiezingswaarnemer. Dat uitgerekend hij, die knokte tegen ondemocratische regimes, het slachtoffer is geworden van deze aanslag, vind ik bitter.

 

De avond voor vertrek kwamen we hem tegen. Wij borrelden op de stoep, Pim liep langs op weg naar boot camp in het Oosterpark, uitgelaten over de weken die hij in Australië zou gaan doorbrengen. Dat we toch snel weer eens moesten borrelen als iedereen weer in Nederland was. Als we je niet meer zien, goeie reis, zeiden we.

 

De volgende dag zagen wij hem sterven op Facebook. De posts van andere vrienden die hem eveneens goede reis wensten sloegen om in ongerustheid, gevolgd door een lange stroom verdriet en medeleven. Een vreemde gewaarwording om je bange vermoeden bij het kijken van het nieuws via je computer bevestigd te zien worden.

 

Onze vriendschap stond nog in de kinderschoenen, ik vind het jammer dat we elkaar niet beter hebben leren kennen. Hoe verdomde willekeurig dingen soms gaan. Ik vind het bijna niet te accepteren.