zaterdag 8 november 2014 / Kiên Hoàng Lê

Artikelen / Het Parool

Vergane glorie

In een bos bij Berlijn staat een verlaten oude ministad. Vroeger was hier het Harvard van het communistisch onderwijs. 

 

Lorianne van Gelder en Rosanne Kropman


Elk weertype eist zijn tol van het statige hoofdgebouw. Drie dagen regen betekent een extra golf in het ooit gave parket, bij vochtig weer bladdert de verf van het plafond verder af, elke vorst doet de verwarmingsbuizen verder barsten. En bij de laatste winterstorm is een stuk pleister van twintig vierkante meter van de muur gevallen. Het complex aan de Bogensee, een klein ovaalvormig meertje in het bos ten noorden van Berlijn, was ooit het paradepaardje van het communistische onderwijs in de DDR. Glanzende vloeren, chique kroonluchters, marmeren traptreden, statige pilaren. Nu is het gebouw als een stokoude vrouw, nog steeds behangen met haar oude juwelen. Je kunt zien dat ze ooit mooi is geweest, maar de aftakeling is onmiskenbaar.

 

Harvard van het communistische onderwijs

Huismeester Roberto Müller (53) kan het verval niet stoppen, al werkt hij zijn rug kapot. In 1984, toen hij werd aangesteld, had hij een team van vier technici, een stuk of tien huismeesters en rond de veertig tuinmannen om het terrein te onderhouden. Nu is hij alleen. "Al zijn de arbeidsomstandigheden nu slecht, ik kan hier niet weg. Ik vecht als een donquichot tegen de aftakeling."

 

Hier op het terrein was het Harvard van het communistische onderwijs gevestigd. Het was de Wilhelm Pieck Jugendhochschule, de ideologische hogeschool van de Freie Deutsche Jugend (FDJ), de communistische jeugdbeweging. Uitverkoren studenten uit de hele wereld verdiepten zich hier tien maanden in de socialistische leer. Zo'n vijfhonderd toptalenten uit onder meer Mozambique, Cuba, Bolivia, Rusland en Vietnam konden de lessen in het Duits probleemloos volgen; op elke collegestoel zat een voor die tijd uiterst modern technisch systeem waardoor ze konden inschakelen op hun eigen taal. In achttien cabines boven in de zaal zaten tolken, die de Duitse hoorcolleges simultaan vertaalden.

 

De Vietnamese Hoa Le Thi (60) en haar man Hoang deelden een vertaalhok. Ze herinnert zich de colleges van communistische grootheden als Egon Krenz en Eberhard Aurich, die zij in het Vietnamees omzetten. Naast hun vertaalwerk zetten ze zich in voor de gemeenschap. "Iedereen stond altijd voor elkaar klaar. Als iemand een probleem had, probeerde je samen tot een oplossing te komen. We wilden iets moois en goeds bouwen. We waren één grote familie."

 

Acht jaar eerder, tussen 1978 en 1979, had Le Thi er de opleiding gevolgd, als één van de eerste tien Vietnamezen die in de DDR konden studeren. "Ik werd gekozen omdat ik één van de beste leerlingen uit de stad was."

 

Het was voor Le Thi de kans te ontsnappen uit Vietnam, al zegt ze dat niet met zo veel woorden. Le Thi: "Ik kon goed leren, maar studeren in mijn thuisland was moeizaam. Er was geen elektriciteit, we konden alleen bij een petroleumlamp boeken lezen." Later zegt ze voorzichtig: "We hebben onze mogelijkheden goed benut."

 

Twee plastic boompjes staan wat verloren op een verder leeg podium in de oude mensa. Net als het hoofdgebouw is de eetzaal immens. "Plotseling was ik in de DDR, hier was het een paradijs," zegt Le Thi. Haar woorden weerkaatsen hol tegen de stenen vloer van de lege hal. Het doet haar pijn de zaal nu verlaten te zien.

 

Geen geroezemoes meer, niet eens tafels of een verdwaalde stoel die herinneren aan de tijd dat er hier nog uitbundig werd gedineerd en gefeest. "Hier werd elke avond wel iets georganiseerd: theatervoorstellingen, presentaties over de aanwezige landen. Achthonderd mensen konden hier eten. Er werden altijd een stuk of vijf gerechten gemaakt, zodat alle nationaliteiten aan hun trekken kwamen."

 

In die tijd was SED-partijleider Erich Honecker op het toppunt van zijn macht. De Stasi draaide overuren, politieke tegenstanders werden monddood gemaakt. Le Thi en Müller praten echter vol nostalgie over die tijd. Binnen de FDJ-school werd het ideaalbeeld van het socialisme dan ook zorgvuldig bewaakt. "Elke drie maanden gingen we met een grote bus op excursie. De allermooiste plaatsen in de DDR kregen we te zien," legt Le Thi uit. Buitenstaanders konden niet zomaar het terrein op. De hogeschool ligt ver van de bewoonde wereld, met maar één toegangsweg. Bij de ingang stond een wachter.

 

Niemand vond dat vreemd. "Alles wat je nodig had, was op het terrein beschikbaar," zegt Le Thi. Er was een Konsum - een DDR-supermarkt, sportfaciliteiten, in de collegezaal werden de laatste films vertoond - zelfs Amerikaanse, en er woonde een verpleegster op het terrein voor eerste hulp. Het was hier een paradijs, verzuchten Müller en Le Thi nog maar eens.

 

Eén van de meest uitzonderlijke privileges was dat iedere medewerker een telefoon had. In de rest van de DDR had slechts één op de tien huishoudens een aansluiting. Pas na de Wende kwam Müller erachter waarom de staat zo gul was geweest: in het telefoonhuisje naast het hoofdgebouw werd elk gesprek dat naar buiten ging afgeluisterd door de telefoniste.

 

Een goede, menselijke tijd
Na een jaar communistisch onderwijs moest Le Thi terug naar Vietnam, het land opbouwen met haar nieuw verworven kennis. Dat ging moeizaam. Het socialisme dat Le Thi en haar medestudenten hadden geleerd in de bossen bij Berlijn, haast een utopisch oord, bleek ver af te staan van het communisme dat de leiders in Vietnam eind jaren zeventig beleden. "We konden weinig met wat we geleerd hadden."

 

Ze wilde terug naar Oost-Duitsland. Dat lukte pas in 1987. Le Thi kon met haar man en jongste zoon terug om te werken als vertaler. Haar oudste zoon had ze achter moeten laten bij een familielid.

Door te kiezen voor de DDR sloot Le Thi de deur voor een glansrijke politieke carrière in haar thuisland. "In Vietnam had ik met mijn opleiding en politieke overtuiging minister kunnen worden. Er zijn nu nog steeds Vietnamese politici aan de macht die hun opleiding aan Bogensee hebben genoten," verklaart Le Thi schuchter.


Twee jaar later viel de Muur.


Hoewel Bogensee op geen half uur rijden van Berlijn ligt, drong de historische gebeurtenis en de daaropvolgende consternatie maar traag door tot het FDJ-complex. De internationale studenten vertrokken weer naar hun thuislanden, waar ze begonnen aan een politieke carrière. De socialistische helden die ooit vijfhonderd studenten in vervoering hadden gebracht, vielen van hun voetstuk of werden vervolgd. Le Thi en haar man waren hun baan kwijt; er viel niets meer te vertalen.

 

Maar de school bleef een school, al maakte de communistische theorie plaats voor kookboeken en chef-koks van een horecaopleiding. Le Thi koos ervoor te blijven. De hoogopgeleide vertaalster werd hulpkok.

 

Ook Müller bleef. "Ik kan hier niet meer weg. Bogensee is een deel van mezelf geworden." Nu begeleidt hij kopers over het uitgestrekte terrein. De eigenaar, de stadstaat Berlijn, wil ervan af. In deze vervallen toestand kosten de gebouwen 250.000 euro per jaar. Te veel voor een berooide stad die zwemt in het omstreden cultureel erfgoed. Eerdere verkooppogingen liepen op niets uit. Müller heeft zijn hoop gevestigd op een Chinese ondernemer die de school wil ombouwen tot een kleine taalstad voor Duits taalonderwijs voor ict'ers. "Er staat nog genoeg om het weer op te bouwen. Bogensee is een stiefkind die deze verwaarlozing niet verdient."

 

Le Thi, die in de buurt van Berlijn woont, rijdt nog altijd af en toe langs de hoge school. Het is niet per se uit nostalgie, zegt ze. "Het is een herinnering aan een goede, menselijke tijd. Hier konden we zijn zoals we waren."