donderdag 30 mei 2013 /

Artikelen / Sp!ts

Op de hielen van de stroper

Bij de politie Friesland hebben de agenten die zich bezighouden met natuurcriminaliteit het druk in deze tijd van het jaar. De vogels zijn volop actief. Met hen ook stropers die ze maar wat graag in een hokje stoppen.

 

Op zijn buik ligt een sijsje in een roestige vangkooi, nog maar kort dood. Eerder had het kleine gele vogeltje met zijn gefluit andere sijsjes in zijn kooi moeten lokken. Maar voor hij een soortgenoot heeft kunnen verleiden, legde het beestje het loodje. De vogelvanger die de vangkooi had opgehangen, had niet de moeite genomen om hem eten en water mee te geven.

 

Bij stropen wordt er al snel gedacht aan de slagtanden van olifanten, in de tropen gevangen papegaaien of tijgerhuiden uit verre landen. Maar in Nederland gebeurt het volop, weten Michel Pol en Bouke de Bruin van de politie Friesland. Zij zien dit soort taferelen wekelijks. Er is geld mee te verdienen, dus gebeurt het , zegt De Bruin. Neem bijvoorbeeld een puttertje. Die verkoop je voor 50 euro op vogelmarkten. Vang je er op een dag tien, dan is het toch 500 euro wat je meeneemt. Grappend erachteraan: Ik heb dagen dat ik minder verdien.

 

Om de poot van het sijsje zit een blauw ringetje. Die ring zou aan moeten geven dat deze vogel niet in het wild gevangen is. Maar de ring van dit diertje is vervalst. De code die erop staat, slaat nergens op, weten de agenten. Zijn achterteen is bovendien gebroken om het ringetje rond het pootje te wrikken; er zit een zwelling net boven de tenen. Pol: Het vangen mag al niet, maar het gaat vaak ook gepaard met dierenmishandeling.

 

De mannen nemen het kooitje mee, de sijs blijft achter in de bosjes. Veel hoop dat ze proces verbaal tegen de stroper kunnen opmaken, hebben ze niet. De Bruin: Wil je zien dat hij iets doet, dan moet je dagen posten. Dat lukt gewoon niet. Vermoedens wie de stroper geweest kan zijn, hebben ze wel. Er woont een beruchte oude boer precies naast het bosje waar Pol en De Bruin het vangkooitje vonden. De man wordt er door de agenten ook van verdacht dat hij eenden stroopt, illegaal vist en roofvogels vergiftigt. In het gebied rondom de boerderij waren vorig jaar vier buizerdkoppels van de ene dag op de ander verdwenen. Er werden vier vogels teruggevonden: drie vergiftigd en één doodgeschoten. Hij komt nog wel aan de beurt , zegt Pol als hij terugloopt naar de auto.

 

Pol werkt bij de milieupolitie, De Bruin is dierenagent. Beide mannen hebben weinig weg van de Amerikaanse animal cops die je op televisie ziet. Geen groene pakken, geen insignes, geen pet. Ook geen pepper spray, handboeien of een wapenstok. Hun auto is een onopvallende personenauto, geen terreinwagen met toeters en bellen. Het enige waarmee de twee laten zien dat ze agent zijn, is hun politiekaart. Dat werkt voor ons beter , zegt De Bruin. Die dingen worden gebruikt om gezag uit te stralen. Wij spreken mensen liever aan op de feiten. We gebruiken onze kennis en knowhow. Kennis is macht, weet je.


De mannen houden zich vooral bezig met stroperij en roofvogelmoord. Hoe moeilijk hun werk is, illustreert het aantal dode roofvogels dat Pol vorig jaar registreerde: 126. Het aantal keer dat proces verbaal opgemaakt kon worden: twee.

 

De dader moet op heterdaad betrapt worden of bijvoorbeeld worden vastgelegd op camera. In de praktijk betekent dat uren, soms hele nachten, in het veld zitten voor beide mannen. Bovendien zijn het 'slachtofferloze delicten'. Een das die getreiterd wordt door de buurman, komt echt niet klagen bij de politie. Een buizerd waarvan de partner vergiftigd is, zie je niet op het bureau. Met een beetje mazzel wordt een vergiftigd dier gemeld, maar vaker worden kadavers niet teruggevonden.


Veel van het werk dat de twee doen, is dan ook preventief: laten zien dat nesten in de gaten gehouden worden, in gesprek blijven met de bewoners en voorlichting geven. Het werk heeft wel wat weg van de werkzaamheden van wijkagenten die net als Pol en De Bruin relatief weinig proces verbaal opmaken. Maar de uitzonderingspositie die voor wijkagenten geldt - het beleid is dat zij tachtig procent van hun tijd in de wijk zijn in plaats van achter het bureau - gaat niet op voor agenten die zich bezighouden met criminaliteit rondom wilde dieren. Als je puur naar beleid kijkt, mogen wij pas iets doen als het al mis is, zegt De Bruin.


In de statistieken telt vooral het proces verbaal, weten de mannen. Een roofvogel die het voorjaar overleeft dankzij hun werk, komt nergens in de boeken. Ze kunnen hun werk nu ongestoord doen, maar dat is dankzij een baas 'die het snapt', vinden de twee. Binnen het politieapparaat en de politiek heeft de natuurcriminaliteit die zich ver van de steden in de bosjes van het platteland afspeelt, weinig aandacht.


Pol ziet knelpunten voor de natuur, nu de reorganisatie die gepaard gaat met de transformatie tot Nationale Politie voor de deur staat. Als milieuagent is het de bedoeling dat hij zich van achter zijn bureau bezig houdt met grote onderzoeken naar milieudelicten zoals in Moerdijk. Pol vreest dat die landelijke ambitie ruimte geeft aan stropers.