zaterdag 5 juli 2014 / Beeld Rink Hof / ggd malaria mug

Artikelen / HET PAROOL

Muggen: GGD alert op tropische ziektes

De GGD doet onderzoek naar steekmuggen. De gezondheidsdienst wil weten hoe groot het risico is dat deze insecten ziekten verspreiden en jaagt vooral op de tijgermug.
AMSTERDAM - Jan Buijs heeft fietstassen vol vanggerei bij zich voor de muggenjacht: een telescoopstok met een keukenmaatbekertje eraan vastgeplakt om water uit putten te scheppen, een verbouwde supersoaker met een slangetje eraan, opdat de ecoloog van de GGD zelfs door kleine gaatjes water kan opzuigen, en een vergiet, dat aan de stok kan worden bevestigd, om water mee te filteren. "Vanginstrumenten zijn een uitdaging voor iedere muggenonderzoeker. Je kunt ze bijna nooit kant-en-klaar kopen." In een plastic supermarkttas rammelen tientallen plastic potjes om de vangst in te doen.

 

De GGD wil weten wat het risico is dat muggen ziektes overdragen. Voor dat onderzoek zijn muggen nodig, heel veel muggen. Buijs onderzoekt vooral de larven; die vliegen nog niet en zijn gemakkelijker te pakken te krijgen. Deze zomer zal hij op 94 plaatsen in Amsterdam kijken welke muggensoorten waar precies voorkomen en in wat voor water ze het liefst hun eieren leggen. Dat klinkt simpeler dan het is. "Je kunt de stad zien als grote rotspartij. Eromheen en eronder is dan mogelijk water waar de mug haar eitjes op legt, maar je weet niet precies waar."

 

Buijs doelt op stilstaande plasjes in binnentuinen en kruipruimtes; favoriet als kraamkamer bij de mug, maar geen plek waar de onderzoeker zomaar naarbinnen wandelt.

Met zijn zelf geknutselde onderzoeksinstrumenten zuigt Buijs de larven op, die hij in potjes alcohol stopt. Als ze nog te klein zijn om gemakkelijk onderzocht te worden, kweekt hij ze wat op met visvoer. Daarna worden ze opgestuurd naar het Centrum Monitoring Vectoren van de Nederlandse Voedsel- en Waren Autoriteit, dat onder andere exotische muggen in Nederland opspoort, en de Wageningen Universiteit, voor dna-onderzoek.

 

Buijs is vooral geïnteresseerd in een variant van de gewone steekmug. Deze soort is verdeeld in ondersoorten: de culex pipiens pipiens en zijn tweelingbroer, de culex pipiens molestus. Deze twee kunnen weer hybride nakomelingen maken. Ze zijn alleen met dna-onderzoek uit elkaar te houden. De culex pipiens pipiens steekt vogels, de molestus mensen en zoogdieren. Maar de hybride muggen vinden alles lekker; zij steken vogels, mensen en zoogdieren.

En daar zit het probleem: als ze een vogel die besmet is met het West-Nijlvirus steken, kunnen ze de West-Nijlziekte overdragen op mensen.

 

Over deze ziekte wil de GGD het naadje van de kous weten. Het virus komt in Afrika voor, maar duikt ook af en toe op in Europa en Noord-Amerika. In 2012 veroorzaakte dit virus tijdens een epidemie in de Verenigde Staten 286 sterfgevallen. Het West-Nijlvirus is nog niet in Nederland opgedoken, maar omdat de muggensoort die het overbrengt, hier wel rondvliegt, is bij de komst van vogels met het virus overdracht op mensen mogelijk.

 

Ook is de GGD gespitst op de tijgermug, een exotische soort die onder andere in Italië al vrij goed gedijt. De tijgermug kan drager zijn van onder andere dengue, net als het West-Nijlvirus een nare tropische ziekte. Buijs heeft nog geen tijgermuggen aangetroffen, maar zodra dat gebeurt, komt het onderzoek stil te liggen en wordt onmiddellijk alles uit de kast gehaald om ze uit te roeien. Maar hoe bestrijd je een muggensoort als de stad al een moeilijk onderzoeksterrein is? "Dat kan nog een hele klus worden, ja."

De Hollandse malariamug zat al wel in Buijs' netjes, in Noord. "Hij zit in slootjes en waterbakken, maar draagt de parasiet die malaria veroorzaakt, niet meer. Die is door de bestrijding van de ziekte uitgestorven hier."

 

Eerder deed Buijs onderzoek naar ziektes in teken en in ratten. De resultaten van het rattenonderzoek zullen eind deze zomer bekend zijn. Het muggenonderzoek zal nog het hele jaar duren.
In 2012 vielen door het West-Nijlvirus bij een epidemie in de VS 286 doden