vrijdag 17 januari 2014 /

Artikelen / Het Parool

Mediastilte voor Richard van O.

Richard van O. mag het komende anderhalf jaar niet met de media spreken. Het mediaverbod is een voorwaarde voor zijn vervroegde vrijlating. Dat zegt zijn advocaat, Erik van Kregten.

 

De verplichte radiostilte is onderdeel van het contactverbod dat het Openbaar Ministerie aan Richard van O., de ex-man van Robert M., heeft opgelegd. Van O. mag geen direct of indirect contact hebben met de slachtoffers of de ouders die betrokken waren bij de Amsterdamse zedenzaak.

 

Van Kregten: "Ik begrijp het mediaverbod aan de ene kant: een interview zou de slachtoffers weer met de zaak confronteren. Aan de andere kant gaat het wel heel ver. Met een mediaverbod doe je inbreuk op het grondrecht van vrijheid van meningsuiting."

Tijdens zijn detentie kreeg van O. een stuk of tien interviewverzoeken, aldus zijn advocaat. "Hij zou daar niet snel op ingegaan zijn. Stilte rond zijn persoon is in zijn belang, maar toen had hij zelf de keus in ieder geval nog. Nu wordt het opgelegd."

 

Van O. zit sinds zijn voorwaardelijke vrijlating in december in een kliniek. Zijn vrijheid is beperkt, maar in de komende anderhalf jaar is het de bedoeling dat hij steeds meer bewegingsvrijheid krijgt, tot hij definitief vrijkomt.

 

Een mediaverbod is een zeldzame maatregel. Andere bekende veroordeelden die ermee te maken kregen, zijn Samir A., Willem Holleeder en Ernest Louwes, de veroordeelde in de Deventer moordzaak, die de maatregel voor het eerst kreeg opgelegd. Hij ging tegen de maatregel in beroep omdat er ten tijde van het spreekverbod twee boeken over de Deventer moordzaak zouden uitkomen waarop hij niet mocht reageren in het openbaar. Dat verloor hij.

 

Geert-Jan Knoops, Louwes' raadsman en internationaal strafrechtadvocaat, vraagt zich af of een dergelijk spreekverbod standhoudt voor het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. "Wij hebben toen niet doorgezet, omdat mijn cliënt niets anders wilde dan naar huis en een beroep zou dat traject in gevaar brengen, maar ik vraag me af of het belang van het beschermen van de samenleving zwaarder is dan het recht op vrijheid van meningsuiting."

 

Knoops twijfelt bovendien in de gevallen van Samir A., Holleeder en Louwes aan de motieven van justitie. "Je kunt je afvragen of het echt een maatregel is die de samenleving beschermt of dat een dergelijk mediaverbod vooral bedoeld is voor het beschermen van het justitiële apparaat tegen slechte publiciteit. Het waren drie gevoelige zaken voor justitie. Ik kan me voorstellen dat het in het geval van Van O. anders ligt omdat daar een grote groep ouders bij betrokken is."

 

Van Kregten kondigt aan niet in beroep te gaan tegen de maatregel van justitie. "Mijn cliënt wil graag meewerken en zich serieus op de toekomst richten." Justitie wilde niet ingaan op het mediaverbod voor Van O. Het OM is terughoudend in het verstrekken van informatie over de voorwaarden in individuele zaken, aldus een woordvoerder.