zondag 9 maart 2014 / Jelger Herder digitalnature.org

Artikelen / Het Parool

Lucratieve exoot is verboden vrucht

De wolhandkrab wordt steeds duurder en de Amsterdamse wateren zitten er vol mee. Maar uitgerekend hier mogen ze niet worden gevangen.

 

Wolhandkrabben met een gezamenlijke waarde van driehonderd euro verdwijnen wekelijks met een plons weer onder het wateroppervlak. Nadat hij ze met veel geduld uit zijn netten heeft gepeuterd, moet stadsvisser Piet Ruijter alle gevangen wolhandkrabben teruggooien in het IJ.

 

Sinds 1 april 2011 geldt een vangstverbod voor de wolhandkrab in de Rijn, de Maas en nagenoeg alle wateren die met de rivieren in verbinding staan. Zo ook voor het IJ. De wolhandkrab zou in deze gebieden te veel dioxines bevatten om gegeten te kunnen worden. En dat is een financiële strop voor Ruijter. Want vanwege diezelfde dioxines mag hij ook al ruim twee jaar niet meer op paling vissen, naast snoekbaars zijn hoofdinkomen. "Jammer, het kost tijd en het kost geld."

 

De wolhandkrab werd lang gezien als een plaag voor vissers. Ze leverden nauwelijks geld op en het beest heeft een enorm talent zich vast te werken in visnetten. Dat de krab oorspronkelijk niet uit Nederland afkomstig is, zal ongetwijfeld ook niet hebben bijgedragen aan een goede verhouding tussen visser en krab.

 

Ruijter herinnert zich nog dat zijn vader, ook visser, de dieren verketterde. "Hij vond het al erg als hij er maar één in zijn netten had. Toen waren de netten nog niet van kunststof. De krabben gingen er als een tank doorheen."

 

Maar de houding van vissers ten opzichte van de wolhandkrab is inmiddels veranderd. In China, waar de wolhandkrab vandaan komt, is de vraag naar de dieren sterk gegroeid. Westerse wolhandkrabben gelden daar als het neusje van de zalm. In China zijn ze lang geleden al gekruist met andere rassen, waardoor de oorspronkelijke wolhandkrab er bijna niet meer voorkomt. Bovendien zijn de rivieren waar ze leven vaak nog smeriger dan de onze. Dat heeft ertoe geleid dat de prijs, een jaar of zeven geleden een schamele drie euro, is gestegen tot vijftien en soms zelfs 25 euro per kilo. Vooral rond Chinese feestdagen zijn de schaaldieren een populaire delicatesse.


Toch hanteert de Nederlandse overheid een streng vangstbeleid. Zelfs strenger dan andere Europese landen. In Duitsland bijvoorbeeld mogen de dieren die daar in de Rijn gevangen worden, wel geconsumeerd en geëxporteerd worden. Zo kan het dat dezelfde krab die in de Rijn bij Lobith de grens over kruipt en in een Duits net terecht komt, op de Zeedijk op een bord belandt. Want in Nederland mogen wolhandkrabben uit het buitenland weer wel worden geïmporteerd.


Totaal scheef, vindt Ap de Wit, technisch chemicus en belangenbehartiger van Nederlandse riviervissers. De vereniging van beroepsvissers in het Benedenrivierengebied liet onlangs een onderzoek uitvoeren door de VU als reactie op het onderzoek dat de overheid liet doen. Daaruit bleek dat lang niet elke wolhandkrab die wordt gevangen in de gebieden waar een vangverbod geldt, even giftig is. Bovendien is het dioxinegehalte in het witvlees, dus het vlees in de poten, gemiddeld onder de norm.


De Wit denkt dan ook dat er meer achter het vangstverbod zit dan alleen de dioxines. Het is ook een geld- en mankrachtkwestie. "Het argument van voedselveiligheid is gebruikt om vissers die vroeger op paling visten, niet meer te hoeven controleren op de vangst van wolhandkrab."


Inmiddels heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen om soepeler om te gaan met het verbod, maar die heeft tot nu toe nog niet geleid tot ander beleid.


Voor Ruijter is het afwachten. Hij piekert er niet over de beesten onderhands te verkopen. De boete van twintigduizend euro die hem dan boven het hoofd hangt, is hem te veel. "Als ik die moet betalen, ben ik zéker failliet."