woensdag 6 januari 2010 /

Artikelen / Het Parool

Kustbewoner geeft hertje liefst de kogel

Al voor het terrein van de Amsterdamse Waterleidingduinen, aan de kust ten westen van de stad, dient het probleem zich in levenden lijve aan: een damhertje steekt vijf meter voor de auto elegant de weg over. Handig springt ze over een hekje en verdwijnt in het struikgewas. Het hert is nog heel, de verslaggever en auto ook.

 

Even later stuurt André Immerzeel, teamleider van de boswachterij in het gebied, zijn auto het hart van het damhertenrijk in. Langs het pad staan groepjes herten, bijna allemaal mannetjes, zich vol te vreten.

 

 

Misschien is het toeval, maar om de vijfhonderd meter staan er wel een paar. De Amsterdamse damherten laten zich makkelijk benaderen, pas op vijf meter afstand wordt de grond ze te heet onder de hoeven en keren ze boswachter en verslaggever de rug toe.


De damherten weten dat in dit gebied niet op ze gejaagd wordt en zijn dan ook niet bang voor mensen. Natuurlijke vijanden zoals wolven en lynxen zijn er al lang niet meer. Immerzeel ziet het niet als onnatuurlijk gedrag, juist als een logische aanpassing. Dit is echt uniek, waar zie je dit nou?


De herten zien er gezond uit, weldoorvoed en goed in hun vacht. Ondanks de omvang van de populatie is voedseltekort niet aan de orde. De dieren worden niet bijgevoerd, ook niet in de winter. Nergens voor nodig volgens Immerzeel, er is genoeg eten. Het lijkt hem ook niet waarschijnlijk dat er dit jaar of het volgende te weinig voedsel zou zijn. Volgens hem neemt de reeënpopulatie in het gebied wel iets af, maar is het de vraag of dat veroorzaakt wordt door de groei van het aantal herten.


Dat ze overlast veroorzaken bij bollenboeren, bij particulieren en op terreinen als begraafplaatsen en sportvelden, is heel vervelend, maar zit volgens Immerzeel nou eenmaal in de aard van het beestje: nieuwsgierig. Bovendien zijn bollen een delicatesse vergeleken met de begroeiing in de duinen. "Bollen vinden ze heerlijk. Die bollenvelden zien ze als een soort snoeptafel. Het is nieuw, eiwitrijk en vers. Waarom spruitjes eten als er iets veel lekkerders naast staat?"


Bij de laatste telling, in het voorjaar van 2009, werden er 1084 dieren geteld in het gebied van 3400 hectare. Dit aantal geeft het minimum aan, het is zeker dat het werkelijke aantal groter is.

Zoals het nu gaat, groeit de groep ieder jaar 22 procent en het eind is niet in zicht, zegt terreinbeheerder Waternet.

 

Het huidige beleid is erop gericht dat de populatie op een gegeven moment stopt met groeien en het aantal stabiliseert doordat er minder voedsel is en de herten minder jongen krijgen. Volgens Immerzeel is het onvoorspelbaar wanneer dat is.


Dat stabilisatie niet vanzelfsprekend is, blijkt uit een onderzoek in duingebied in Italië. Daar liep de damhertenpopulatie op tot twee herten per hectare. Waternet is er in 2007 geweest om te kijken naar deze manier van beheer. Nog voor het Italiaanse onderzoek was afgerond, de populatiegroei was nog niet gestopt, besloot de beheerder de herten alsnog af te schieten en te vangen omdat de situatie zowel voor hert als voor gebied onhoudbaar werd. Als dit onderzoek representatief is voor de Waterleidingduinen, zou het aantal op lange termijn uitkomen op 6800. Een hertenbloedbad is dan onvermijdelijk.

 

Ondanks de slechte afloop in Italië bleef Amsterdam bij het standpunt niet te jagen en door te gaan met de bouw van een hek. Ook nu omwonenden, boeren en de provincies Noord- en Zuid-Holland morren blijft Amsterdam standvastig. Wethouder Maarten van Poelgeest: "We zien geen noodzaak verdere maatregelen te nemen dan het plaatsen van het hek, het beleid is erop gericht de natuur op haar beloop te laten. We zien dat de overlast afneemt op de plaatsen waar het hek staat."


Ook aan de zuidkant, waar de Waterleidingduinen grenzen aan het duingebied van Staatsbosbeheer, komt geen hek. Opzichter Tim Fransen van Staatsbosbeheer: "Het damhert is een welkome aanvulling op de soorten in de duinen, een aansprekend dier voor onze bezoekers. We zijn geen voorstander van hekken, in Nederland zijn we juist bezig de natuurgebieden met elkaar te verbinden. Hekken ondermijnen de ecologische hoofdstructuur, de bewegingsvrijheid van dieren wordt beperkt. Maar het belangrijkste is dat een hek geen oplossing biedt. Het vermindert tijdelijk de gevolgen, maar je doet niets aan de oorzaak. Het wordt niet slui-tend. Aan de westkant blijft het open.

 

De praktijk laat zien dat de damherten er vrij snel omheen lopen. Ze kunnen grote afstanden afleggen en kunnen onder andere bij wildroosters uitbreken. Volgens Fransen moet overlast door alle terreinbeheerders en betrokken overheden worden aangepakt

In december viel in Overveen een gewonde door een aanrijding met een hert. Gemeente en provincie wezen naar de gemeente Amsterdam als verantwoordelijke voor het hert en daarmee voor het ongeluk. Van Poelgeest: "Dat incident was tien kilometer buiten ons gebied. Het zijn wilde dieren en ze zijn van niemand. Als iemand ermee in botsing komt buiten ons gebied, is het onze verantwoordelijkheid niet."


En dat standpunt is precies wat de provincie tegen de borst stuit. Gedeputeerde Jaap Bont: "Voor stadsmensen is het misschien nieuws, maar herten hebben pootjes en lopen de Waterleidingduinen uit. Het kan niet dat je dan zegt dat je niet verantwoordelijk bent. Als bestuurder zit je niet te wachten op zo n dossier, je maakt er geen vrienden mee, maar iemand moet de verantwoordelijkheid nemen."


Begin december ontving Bont een brief van minister Gerda Verburg (onder meer natuurbeheer). Volgens de provincie was de boodschap: als het niet met Amsterdam kan, dan maar zonder. Bont: "Als de gemeente erbij blijft niet te jagen, gaan we over tot het maken van een beheersplan dat de basis vormt voor een aanwijzing om de damherten te kunnen bejagen. Als er geen bezwaren komen, hoeft er geen rechter aan te pas te komen."


Vrijdag gaat Amsterdam met de provincie om de tafel, maar Van Poelgeest ziet niet uit naar de bijeenkomst. Als men nu al conclusies trekt, kunnen we die afspraak net zo goed niet hebben. De provincie heeft zelf ook middelen om het gevaar te beperken. Zij is wegbeheerder, ze kan wegen afsluiten of de maximumsnelheid beperken, maar dat is aan haar.


Dat hebben we al gedaan, zegt Bont. "Nu Amsterdam een standpunt heeft ingenomen, kan er na twee jaar eindelijk besloten worden en kunnen we actie ondernemen. Misschien heeft het besluit niet te jagen te maken met de aankomende verkiezingen in Amsterdam misschien ook niet, want dit probleem speelt al jaren."