zaterdag 26 januari 2013 / Bart Koetsier

Artikelen / Het Parool

Interview Nathalie Righton - 'De oorlog tintelde onder mijn huid'

Natalie Righton is na drie jaar correspondentschap in Afghanistan terug in Nederland. Ze had het niet willen missen, maar ze is blij dat ze de oorlog en de beklemming achter zich kon laten.

 


Helemaal rustig zit Natalie Righton (36) nog niet in het café waar het interview is. Ze is net terug van een vakantie op Bali, maar een maand in Indonesië is niet genoeg geweest om haar helemaal te laten wennen aan 'de normale wereld', Nederland, of eigenlijk elk land waar je zonder hoofddoek en alleen over straat kunt.

 

Zoals Righton nu aan het tafeltje in het café zit, in westerse kleding, zonder hoofddoek, dat zou in haar oude woonplaats Kabul ondenkbaar zijn. Ook de plaats in de kroeg waar ze zit, zou in Afghanistan onverstandig zijn: aan een tafeltje naast het raam, met haar rug naar de deur.

 

"Je moet je voorstellen dat ik in Afghanistan altijd een radar had aanstaan waarmee ik mijn omgeving scande. Als er nu buiten een bom zou afgaan, ben je dood - alleen al door het rondvliegende glas. Naast het raam zitten gaat nu goed hoor. Alleen met mijn rug naar de deur zitten en niet kunnen zien wie er binnen komt, vind ik nog ongemakkelijk. Dat slijt waarschijnlijk wel weer."

 

Drie jaar woonde Righton in Kabul, waar zij als correspondent voor de Volkskrant werkte. Ze is vorige week teruggekomen in Amsterdam. De oorlog is haar onder haar vel gekropen, zegt ze. "Het tintelde onder mijn huid." In het najaar was de stress zo opgelopen dat slapen niet meer ging. "Ik had constant het gevoel dat ik moest sprinten, vol adrenaline. Ik heb die maanden mijn lichaam met trucjes tot rust kunnen brengen, door elke dag te sporten bijvoorbeeld. Maar het was een alarmsignaal."

 

"Als je zo gespannen bent dat je niet kunt slapen, gaat het gauw mis. Als je stoer genoeg bent om naar Afghanistan te gaan, moet je ook stoer genoeg zijn om toe te geven dat het niet meer lukt, omdat je niet meer kunt ontspannen."

 

Righton laveerde tussen de westerse troepenmacht, de eerste lichting door Nederland opgeleide politieagenten, de Taliban en de burgerbevolking. Ze werkte zeven dagen per week. "Iets anders is er niet te doen." Bijna altijd werd ze geflankeerd door een aantal vertalers en tegelijk beschermers, die met haar de omgeving in de gaten hielden.

 

"Veel mensen realiseren zich niet dat ik 75 procent van de tijd bezig ben geweest met veiligheid. Waar ga je slapen? Met welke vertalers ga ik op pad? Kan ik met de auto? En dan heb je alleen nog maar plan A bedacht. Je moet ook een plan B, een plan C en een plan D achter de hand hebben voor als er iets misgaat. Die gedachtestroom staat constant aan, want bij elke stap weeg je af of het wel of niet veilig genoeg is."

 

Ze had altijd drie setjes kleding bij zich, huiskleding, Afghaanse kleding en westerse kleding. "Je bent een beetje een kameleon. Praktisch gezien betekent dat vaak verkleden. Als je verslag doet van oorlog, moet je met alle partijen praten. Liep ik in mijn Afghaanse kleding over Kamp Holland, dan werd er alarm geslagen dat er Afghanen met een camera in het kamp waren. Praat je met de Taliban, dan is westerse kleding weer geen optie. Als journalist moet je tussen de partijen door manoeuvreren. De waarheid ligt waarschijnlijk ergens in het midden."

 

Ondanks de vele veiligheidsmaatregelen is Righton een paar keer door het oog van de naald gekropen. Zo landde ze onverwacht door hevige sneeuw niet in Kabul, maar in Kandahar. Daar stond ze, tussen honderden Afghaanse mannen, als enige vrouw op dat donkere vliegveld. "Ik was in het hol van de leeuw. Kandahar is een Talibanbolwerk. Weifelend optreden is dan geen optie, ik ben dan heel erg commanderend."

 

Het geïmproviseerde plan was om via de Amerikaanse persvoorlichter op de Amerikaanse legerbasis terecht te komen, maar het duurde te lang voordat Righton werd opgehaald. De persvoorlichter kon haar niet vinden. Inmiddels was ook de elektriciteit uitgevallen. De mannen kwamen steeds dichterbij, hadden inmiddels de moed verzameld om haar arm aan te raken. Ze haalde uit. "Dat vinden ze dan hilarisch, je bent een soort alien voor ze."

 

"Op het moment dat ik dacht dat ik verloren was, kwam de Amerikaan uit de schaduw te voorschijn en zei: 'Good evening miss, I hear you have quite a situation here." Ze lacht. "Het leek wel een film." Ze zegt er direct bij: "Dat had echt verkeerd kunnen aflopen. Zo kan het dus misgaan als plan A, B, C en D mislukken."

 

Rightons vrouw-zijn heeft haar ook profijt gebracht. Zo had ze in tegenstelling tot haar veelal mannelijke collega's toegang tot Afghaanse vrouwen. "Wat dat betreft is het wel een voordeel: je krijgt 50 procent van de bevolking erbij."

 

"In de ogen van een Afghaan ben ik duidelijk geen man, maar ook geen echte vrouw. Even generaliserend gezegd is een vrouw in hun ogen een onderdanig iemand die altijd achter haar man loopt en geen eigen initiatief neemt. Ik werd beschouwd als het derde geslacht. Zodra ik dat door had, ben ik daarvan gebruik gaan maken. Als je je op een bepaalde manier presenteert, heb je de privileges van een westerse man."

 

Dus gedroeg Righton zich in menig opzicht eerder als Afghaanse man dan als vrouw. "Ik presenteerde mijzelf expres als de baas. Ik stuurde mijn vertalers aan, bepaalde waar we heen gingen als ik op pad was met fotograaf Ton Koene, betaalde de rekening, ook als dat niet nodig was. Dat was puur om mijn positie te versterken. Het nemen van beslissingen vinden Afghanen heel mannelijk."

In alle verwarring van de Afghanen werd Righton tijdens interviews steevast naar de mannenkamer gedirigeerd.

 

"Ze zien je als een twijfelgeval, want ze hebben wel door dat ik in ieder geval geen vent ben. Dan nemen ze maar het zekere voor het onzekere en word je onder de mannen geschaard. Tegelijk kon ik ook Afghaanse vrouwen interviewen."

 

Vaak werkte Righton met fotograaf Ton Koene, zes jaar ook haar partner. Ze hebben nu een nauwe vriendschap. Koene ging na een jaar Kabul weer in Nederland wonen, maar keerde na zijn terugkomst enkele maanden per jaar terug. Zij bleef. Haar journalistieke werk in Afghanistan leverde Righton in april 2012 een Tegel op, de Oscar voor journalistieke producties in Nederland. Koene won de World Press Photo met zijn portretten van de eerste lichting door Nederland opgeleide politieagenten.

 

De jaren in het oorlogsgebied hebben haar veranderd, maar Righton zou het zo weer doen. "Het zijn de meest bepalende jaren in mijn leven geweest. Nu ik terug ben, overheerst het gevoel van dankbaarheid voor Nederland. Dat het hier veilig is, dat is het belangrijkste. Al het gezeur over luxeproblemen valt weg. Gedoe over een stille tocht voor een bultrug is volstrekt irrelevant. Het belangrijkste heb je: het is hier veilig."

 

Vanaf februari begint Righton op de Haagse redactie van de Volkskrant. Ze is niet bang dat alles haar onder de kaasstolp nietig zal voorkomen. "Dat zal vast wel eens gebeuren, maar dat hebben veel oud-correspondenten. Ik houd ervan om nieuws te maken en Den Haag is de basis waar het nieuws vandaan komt. Vrienden maakten al grappen dat ik me er prima thuis zou voelen, omdat het in Den Haag ook net een oorlogsgebied is. Den Haag heeft ook wel iets tribaals. Aan mij om te ontwarren hoe de verhoudingen liggen en de lijntjes lopen."

 

Het boek Duizend dagen extreem leven, over Natalie Rightons ervaringen in Afghanistan, verschijnt 15 februari.

 

Paspoort
1976 Bodegraven

1988-1994 vwo op het St.-Antonius-college, Gouda

1994-2000 studeert internationale

bedrijfskunde in Rotterdam

2000-2006 persvoorlichter, onder andere voorArtsen ZonderGrenzen

2007-2009 schrijft vier educatieve kinderboeken

2007 postdoctorale opleiding journalistiek

2007 begint na een stage op de buitenlandredactie bij de Volkskrant