dinsdag 19 maart 2013 /

Artikelen / Sp!ts

Elastiekjes voor das, gif voor vos

Op de grens van Drenthe en Overijssel kwam 2 weken geleden kwam een groot stropersschandaal aan het licht. Het is het derde incident in Noord-Nederland in 3 jaar tijd. Sp!ts ging op pad met een groene toezichthouder in Drenthe. "Dit is het topje van de ijsberg."

 

Boswachter Ronald Vorenhout heeft er goed de pest in. Weer zijn er op grote schaal roofdieren vergiftigd. En nee, het is niet voor het eerst dat het gebeurt vlakbij het gebied waar hij zelf werkt.
Net als Vorenhout is de verdachte een bijzondere opsporingsambtenaar (boa) die belast was met het toezicht op landgoed De Eese, het uitgestrekte terrein van de familie Van Karnebeek. In plaats van het natuurgebied te behoeden voor stropers, is de verdachte er vermoedelijk zelf één. Een smet op zijn vak, vindt Vorenhout.

 

Vorenhout stuurt ondertussen zijn terreinwagen een afgelegen landweggetje op. Hij wil graag laten zien wat hij de afgelopen jaren heeft aangetroffen in het gebied van Natuurmonumenten waar hij zelf toezicht houdt. Want het incident op landgoed De Eese staat niet op zichzelf. Er lijkt een grimmige trend in Noord-Nederland aan de gang om de natuur met harde hand uit de mensenwereld te weren.

 

In een bosje vlakbij het gehucht Mantinge deed Vorenhout zijn meest recente vondst: een hand maïs vermengd met kleine elastiekjes op nog geen 50 meter van een dassenburcht. Twee wandelaarsters hadden hem ingelicht omdat ze het neergelegde voer niet vertrouwden. Terecht, bleek na onderzoek. De elastiekjes vormen op den duur ballen in de maag en darmen van de das waardoor het dier langzaam verstopt raakt en sterft.

 

Ook nu is het weer mis. Van de maïs is niets meer te bekennen, want die is zorgvuldig opgeruimd, maar één van de tunnels van de burcht is dicht geschopt met bladeren. De dassen komen er nog wel uit, weet Vorenhout, maar het is wel een teken dat er iemand loopt te rommelen met de burcht. Vorenhout trof eerder burchten aan waar mensen dassenfamilies hebben geprobeerd te vergassen met karbiet. Andere burchten waren dichtgestopt met hout en oud prikkeldraad.

 

Vaak wordt er naar boeren gewezen als het gaat om stroperij of illegale jachtpraktijken. Lang niet altijd terecht, denkt Vorenhout. Nu de natuur voor veel meer dan alleen een wandelingetje dienst doet neemt ook de natuurcriminaliteit toe. Het doden of verjagen van dieren kan allerlei redenen hebben. In dit geval waren er plannen voor een ruiterpad vlak langs de dassen. Dat kan niet doorgaan zo lang als de burcht er zit. Het zou kunnen dat mensen de dieren daarom willen verjagen, maar ik vermoed dat we er niet achter gaan komen.

 

Vorenhout maakt de indruk van een nuchter man, niet geneigd zich te laten meeslepen in de emotie die zo dikwijls gepaard gaat met dierenleed. Maar hij verbijt zich bij de gedachte dat de macabere vondsten waarschijnlijk het topje van de ijsberg zijn. Drenthe is uitgestrekt en dun bebouwd. De pakkans was al heel klein, maar is de afgelopen jaren alleen nog maar kleiner geworden. Als dit zo doorgaat wordt de natuur een vrijstaat voor criminaliteit.

 

De politie heeft haar aandacht steeds meer verlegd van het buitengebied naar de steden waardoor steeds meer werk op de schouders van de boa's komt. Daar komt nog bij dat het oplossen van dierenmisdaad in het bos een geduldige bezigheid is. Opsporing vereist enorm veel tijd en mankracht. Celstraffen worden in stroperijzaken zelden gegeven. Ik sprak een collega van de politie. Hij vertelde dat, als hij met jonge agenten op pad gaat en een ongeasfalteerde weg oprijdt, hij standaard het commentaar krijgt of ze soms de toeristische route nemen. In de natuur patrouilleren is geen onderdeel van het werk.

 

In 2010 werkte Vorenhout samen met andere natuurorganisaties en de politie aan een andere grote vergiftigingszaak bij landgoed Hooghalen in Zuid-Drenthe. Dat er fanatieke stropers actief waren, kwam aan pas aan het licht toen er een hond overleed en een andere hond ernstig ziek werd na het eten van vergiftigd aas. 6 weken postten boswachters en agenten in de velden waar ze vergiftigde kadavers van onder andere duiven hadden aangetroffen, maar vonden niets.

 

Sluw als vossen gingen de daders te werk. Ieder spoor dat ze nalieten werd vrijwel onmiddellijk weer uitgewist. Vergiftigde kadavers werden bijvoorbeeld in pijpen onder de grond verstopt. Vergiftigde dieren die wel in het zicht stierven, werden razendsnel opgeruimd. Dan werden we gebeld voor een dode buizerd, maar als we aankwamen was het dode dier al opgeruimd. Het was wel duidelijk dat ze het gebied goed in de gaten hielden.

 

Juist toen ze de zaak wilden opgeven, liepen twee jagers tegen de lamp. Eén van hen werd tot de maximale straf veroordeeld: 240 uur dienstverlening, de ander kreeg in hoger beroep 120 uur. Veel te weinig , vindt Vorenhout. Ik denk dat het juist goed is dat het aan het licht komt dat het op De Eese om een boa ging.

 

Misschien dat er zo meer aandacht komt voor groentoezicht. Vorenhout, zelf vicevoorzitter van de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Natuurtoezicht (KNVvN), zou graag zien dat de politie en andere natuurtoezichthouders meer zouden samenwerken, maar hij vermoedt dat het er voorlopig niet inzit. Door de omvorming tot een landelijke politie zijn ze daar nu vooral met zichzelf bezig. Toch is de KNVvN voornemens om ruchtbaarheid aan de kwestie te geven in Den Haag bij minister Opstelten van Justitie. Zo kan het niet langer.