donderdag 2 juli 2015 / 02-07-2015 /

Artikelen / Trouw

Een puttertje voor China

Het is zomer, de Nederlandse bosjes zitten vol vogels. Illegale vogelvangers doen er hun voordeel mee. Een goudvink brengt al snel 120 euro op.

 

Met een ferme ruk aan het koordje trekt Jos Vroegrijk het kijkgat van zijn gecamoufleerde bivakmuts tot een spleetje. Achterin zijn terreinwagen heeft hij ook nog 'een camouflageboerka' liggen, een soort tent die je aan kunt trekken. "Daar zie je helemaal geen menselijke contouren meer in."

Hij maakt geen grap bij de demonstratie van zijn spullen. Vroegrijk en zijn collega Gerrit Lenting doen er alles aan om ongezien in de bosjes te zitten. Onzichtbaar blijven is een van de sleutels tot succes om een vogelvanger te kunnen pakken. De Groene Brigade, een team van zes bijzondere opsporingsambtenaren in dienst van de provincie Limburg, werkt samen met boswachters en politie om toezicht te houden in het buitengebied. "Eén voetafdruk op de verkeerde plaats kan betekenen dat een vogelvanger zich maanden niet meer laat zien."

In plaats van door de klei op de akker lopen de mannen zo veel mogelijk over het gras richting de vogelvangplaats die ze al maanden in de gaten houden. Een stuk of twintig groenlingen - kleine geelgroene vogeltjes - fladderen piepend op uit de takken.

De leek ziet niets bijzonders aan het terrein, maar voor de twee mannen is het zo klaar als een klontje dat in deze velden een vogelvanger actief is. Vrijwel zeker vangt hij kleine vogels door het gebruik van een lokvogel en een vrijwel onzichtbaar mistnet waar de diertjes zich in vastvliegen. Het gebruik van een mistnet is slechts één manier om vogels te vangen. Het uithalen van nesten met kuikens, vangen met dichtslaande kooien en het gebruik van lijmstokken zijn andere vangmethodes.

"Hier loopt een oud paadje", zegt Lenting. "Hier is de voerplaats", wijst hij op een restje vogelzaad op de grond. "Hier zijn takken afgebroken om het mistnet en de kooi met een lokvogel op te hangen." Lenting duikt achter een bosje klimop. "En hier liggen de stokken waar het net aan vast gemaakt wordt." Hij houdt twee grijze kunststof stokken omhoog.

Dan legt hij de stokken weer keurig terug. De vanger die hier probeert de groenlingen, puttertjes en vinken in zijn mistnet te krijgen, mag niet vermoeden dat zijn plek ontdekt is. Alleen als hij op heterdaad betrapt wordt, hebben de mannen een zaak. En daarvoor moet je geduldig en ongezien te werk gaan. Soms duurt het maanden, zelfs jaren voordat de Groene Brigade een vogelvanger kan pakken.

Sinds een verandering in de Europese regelgeving in 2002, is het verboden om wildgevangen vogels te hebben, onafhankelijk van de soort. De wet was bedoeld om vogels te beschermen, maar heeft onbedoeld ook een impuls aan de Europese vogelhandel gegeven. Nu kan een verzamelaar eindeloos veel zeldzame soorten houden, als deze maar aan kan tonen dat een vogel in gevangenschap is geboren en over de juiste papieren beschikt. Vroegrijk: "Nu is bijna alles vrij, als de goede ring maar om de poot zit en het papierwerk klopt." In de praktijk wordt zowel met de papieren als met de ringen gefraudeerd.

 

Bij nacht en ontij verstoppen de mannen van de Groene Brigade zich, in de hoop een vanger op heterdaad te betrappen

Beulswerk

Regelmatig vinden de mannen vogels met verminkte poten in volières door het geweld waarmee de ring is omgedaan. De ring om de poot wordt bij kweekvogels als kuiken omgeschoven als bewijs dat het dier in gevangenschap geboren is. Bij volwassen vogels zijn de poten te groot voor de ringen; per soort worden de ringen op maat van een kuikenpoot gemaakt. Maar dat weerhoudt vangers er niet van om de wild gevangen vogels toch 'met beulswerk' op een gekweekte vogel te laten lijken door de ringen met geweld om de poten de wringen.

Een eenvoudig goudvinkje brengt al gauw 120 euro op. Hoe zeldzamer de vogel, hoe duurder. Zo levert een roofvogel als een vrouwtjeshavik 1500 euro op. De straf voor het illegaal hebben en vangen van vogels is vaak een boete. Toch demotiveert het de mannen niet om zich bij nacht en ontij te blijven verstoppen in de hoop een vanger op heterdaad te betrappen. "Mijn record staat op 16 uur posten", zegt Vroegrijk. Toen hij overeind kwam, ging opstaan haast niet meer, zo verkrampt als hij was. "Maar inmiddels weet ik: vroeg of laat duikt hij op."

Cijfers van hoeveel vogels er jaarlijks in Nederland in het wild gevangen worden, zijn er niet. Veel vangsten blijven onzichtbaar en er is geen centraal systeem waar het wordt bijgehouden.

Op dit moment werkt de aan de Europese Unie gelieerde organisatie Impel aan een systeem dat de internationale ontwikkelingen in de illegale vogelhandel in kaart brengt. Een van de doelen is om trends en in beslagnames in de toekomst in één database te kunnen zetten. Nu is er te weinig overzicht om de markt en de handel in detail te kunnen analyseren.

Jaap Reijngoud, adviseur op het gebied van illegale dierenhandel, is bij het opzetten van het nieuwe systeem betrokken. "Het is een hele internationale handel. In Europa zijn we geïnteresseerd in Afrikaanse vogels, terwijl juist in Azië de interesse in Europese soorten toeneemt." Volgens Reijngoud worden in Europa gevangen vogels, al dan niet met vervalste ring en papieren, via de oostgrens Europa uitgesmokkeld. "Nu er in landen als China meer geld is, willen steeds meer mensen een huisdier. Bovendien zie je dat steeds meer mensen daar net als in Europa dieren als postzegels gaan sparen." Onder andere putters en goudvinken verdwijnen op die manier richting Verre Oosten. "De vraag is zo groot, daar kan je niet tegenop kweken." De economische crisis van de afgelopen jaren, heeft er volgens Reijngoud juist voor gezorgd dat meer mensen vogels uit het wild zijn gaan vangen, zeker in Zuid-Europese landen.

Behalve te weinig toezicht in het buitengebied is ook een verlies aan kennis door een vergrijzend opsporingsambtenarenbestand een probleem. Zeker het aantal betaalde banen is beperkt. Jonge mensen die als opsporingsambtenaar in het buitengebied willen werken zijn er wel, maar zij komen moeilijk aan de bak. De oude generatie blijft zitten tot ze met pensioen zijn. Daarna nemen zij hun kennis mee zonder dat die overgedragen kan worden aan de jonge garde. Doodzonde, vindt Reijngoud. "Europese landen hebben een grote mond over de bescherming van dieren in Afrika, maar dan moet je ook zorgen dat je je eigen beschermingsbeleid op orde hebt."


Groene Brigade
Tot 1994 richtte de veldpolitie zich op het bestrijden van stroperij en andere milieudelicten. De veldpolitie was de 'schrik' van veel stropers en vogelvangers. De opheffing van deze teams in 1994 leidde tot groot protest bij natuur- en vogelbeschermers.

Dat kwam ook omdat tegelijkertijd een andere wijziging werd doorgevoerd: de boswachters en jachtopzichters (voorheen onbezoldigd ambtenaar van politie) vielen voortaan onder de nieuwe wetgeving waardoor ze niet meer automatisch politiebevoegdheden hadden. De provincies hebben sindsdien formeel de taak om milieutoezicht te houden en de wetten op dit gebied te handhaven. Hoe zij dit doen, is de verantwoordelijkheid van de provincie zelf. Limburg gaat hierin, met de eigen Groene Brigade als voortzetting van de oude veldpolitie, het verst.

Het team patrouilleert en post sindsdien op afgelegen plekken. De mannen kunnen maar af en toe proces-verbaal opmaken vanwege het vangen of het houden van ongeringde, beschermde vogels. In de afgelopen anderhalf jaar gebeurde dat elf keer. Tientallen vogels werden daarbij in beslag genomen.