donderdag 31 maart 2016 / Rosanne Kropman / martinmelchers tijdelijke natuur westelijk havengebied

Artikelen / Trouw

De natuur als antikraak

Het havenbedrijf van Amsterdam maakte als eerste een tijdelijk natuurgebied op braakliggend terrein, bij wijze van experiment. Nu neemt de haven het gebied weer in gebruik. Beschermde soorten als de rugstreeppad en veldleeuwerik moeten verhuizen.


"Kunt u iets dichterbij komen", vraagt de fotograaf aan Martin Melchers. Hij staat met het water tot halverwege zijn laarzen in een rugstreeppaddenpoel. "Nee, gaat niet", antwoordt de stadsecoloog resoluut. "Daar zit zeker weten een gat, stap ik erin dan ga ik kopje onder. Ik heb dit zelf laten graven, ziet u."

In 2009 was Melchers als een klein jongetje in de zandbak, maar dan met bijna negen hectare en een bulldozer tot zijn beschikking. In opdracht van de haven van Amsterdam richtte hij een braakliggend stuk haventerrein in als tijdelijk natuurgebied. Met de nadruk op tijdelijk. De deal is als volgt: het terrein wordt ingericht als gebied waar oeverzwaluwen, rugstreeppadden, ijsvogels en andere wilde dieren zich thuis voelen. Maar als een bedrijf zich aandient, moeten de bewoners van het natuurgebied verkassen, beschermde soort of niet.

Het gaat om een proefproject om te voorkomen dat braakliggende grond ligt te niksen, of erger, ligt te niksen én onaantrekkelijk gemaakt wordt voor zeldzame soorten door een zogenoemd 'natuurwerend beleid'. Liever alleen gras en geen gedonder, dan een beschermde soort als de rugstreeppad die de bouw in de toekomst zou kunnen vertragen. Dat is de gedachte achter deze tactiek van de verschroeide aarde.

Omdat de haven dit ook geen goede aanpak vond, is deze anti-kraakconstructie bedacht: de natuur mag het gebied gebruiken, maar heeft op voorhand geen enkel recht om te kunnen blijven.


Naast de kolenberg
Nu ligt er, pal naast de zwarte bergen van de kolenoverslag, een ruig natuurgebiedje. De grond is er voedselarm, waardoor het terrein ook zonder maaien niet snel verbost en de bodem bedekt is met een veelheid aan plantensoorten. Mensen komen er weinig, dus dieren kunnen er in alle rust hun kroost grootbrengen. In de zes lentes die het terrein het domein van de natuur was, broedden er veldleeuweriken, oeverzwaluwen, een ijsvogel, kleine plevieren. Er kwam zelfs een paartje bijeneters - een bontgekleurde vogel die vooral in Zuid-Europa voorkomt - de oeverzwaluwwand inspecteren op een geschikte nestmogelijkheid.

De keerzijde van de tijdelijke natuur is dat het gespreide bedje ook weer opgedoekt wordt als er geld verdiend kan worden. Dat moment is nu aangebroken. Dit terrein was het eerste tijdelijke natuurgebied in Nederland dat werd aangelegd en is ook waarschijnlijk het eerste terrein dat weer ingeleverd zal worden. Waar nu nog de veldleeuweriken piepend en kwetterend omhoog fladderen, rugstreeppadden hun eieren afzetten en planten met sprookjesnamen als kandelaartje en vroegeling in bloei staan, ligt volgend jaar waarschijnlijk een aanlegplaats voor binnenvaartschepen en een waterzuiveringsinstallatie van de buurman, de kolenoverslag.


Tevreden klanten
Remco Barkhuis van het Havenbedrijf is een van de bedenkers van de tijdelijke natuurconstructie. Voor de haven - niet in de eerste plaats een hoeder van de stadsnatuur - is het een manier om zowel de klanten die de terreinen huren als de Amsterdammers tevreden te houden. "Het kunnen sleutelen met natuur is voor ons waardevol. Doordat wij nu de natuur kunnen verplaatsen, hoeven wij niet tegen klanten te zeggen: kom maar terug na het broedseizoen. Je kunt meteen handelen en tegelijk hoef je de natuur niet te weren. Voordat een klant het terrein betreedt, verplaatsen wij de beschermde soorten."

Barkhuis is op dit ogenblik bezig om voor de hele haven een ontheffing te krijgen voor tijdelijke natuur. Er bestaat al een regeling om rugstreeppadden en orchideeën te verplaatsen in het bestaande havengebied (deze twee bijzondere soorten zaten er al voor ze op de beschermingslijsten van de overheid terechtkwamen). Maar mocht de haven in de toekomst groeien, dan zou deze regeling de angst voor bijzondere flora en fauna moeten wegnemen.

Aan ecoloog Melchers de taak om de soorten die afkwamen op zijn aantrekkelijke, levendige zandbak nu te verplaatsen. Eerdaags begint hij met het vangen van de rugstreeppadden in de poel. Een jaar nadat Melchers de poel had laten graven, vestigden zich er de eerste padden. Nu is het de meest succesvolle poel in het havengebied. "Een rugstreeppaddenfabriek is het." Met een zaklamp zal hij op de eerste zwoele avond van het jaar door het water waden. De padden die in de schijnwerper komen, verdwijnen in zijn emmer. "Echt snel zijn ze niet." Hij zal ze elders in de haven weer uitzetten.

 

Doutzen Kroes
En de mollen, muizen en insecten? Melchers vond in de afgelopen jaren onder andere bosmuizen ('de Doutzen Kroes onder de muizen, zo mooi met zijn grote oren en ogen') en rosse woelmuizen ('een kastanje op pootjes') in zijn onderzoeksvallen. Deze dieren zullen verloren gaan bij graafwerkzaamheden, weet Melchers.

Toch betekent deze constructie winst voor de natuur, de bodembewoners die sneuvelen hebben weinig gevolgen voor het voortbestaan van de soort in het gebied. Bovendien waren ze er anders helemaal niet geweest, redeneert de stadsecoloog.

Ook de orchideeën die het goed doen op de schrale grond zal hij uitgraven en verplaatsen naar elders in het havengebied. De vogels in de afgegraven wanden - een ijsvogel en ongeveer twintig paar oeverzwaluwen - zullen volgend jaar op zoek moeten naar een andere nestgelegenheid. Met de tijdelijke natuurregeling hoeft de haven het verlies van het natuurgebied niet te compenseren. Een nieuw terrein is dan ook niet aangewezen.

Melchers wist van tevoren dat de verhuizing zou komen, maar leuk is anders. Toch moet je er niet te moeilijk over doen, vindt hij. "Ik ben opgegroeid in Amsterdam, ik zie mijn leven lang al natuurterrein verloren gaan. De natuur is vogelvrij in de stad, maar daar moet je niet onder gebukt gaan. Dan schiet je in je eigen voet. Op deze plek is een lustrum gehaald, dan ben je al spekkoper."

 

Tijdelijke natuur

De haven van Amsterdam was de eerste gebiedsbeheerder met een tijdelijk natuurgebied, en nu dus ook de eerste die het weer opheft. Inmiddels zijn er zo'n 35 tijdelijke natuurgebieden in onder andere Rosmalen, Steenwijk en in de havens van Rotterdam en Delfzijl. De ontheffingen worden uitgegeven door het ministerie van economische zaken. Het streven is om uiteindelijk 10.000 hectare braakliggend terrein in te richten als tijdelijk natuurgebied.