maandag 10 december 2012 /

Artikelen / Sp!ts

De dierenpolitie krijgt eigen CSI-onderzoekers

Na vierduizend onderzoeken op dode mensen vond forensisch patholoog anatoom Frank van de Goot het tijd om zijn speurtechnieken bij zware misdaad ook toe te passen op dode dieren.


De politie was begin oktober aan het dreggen naar een kluis toen de agenten op de bodem van de sloot op een stinkende sporttas stuitten. De tas was verzwaard met stenen en bevatte een dier in verregaande staat van ontbinding. Een hond, concludeerden de agenten, maar zeker wisten ze het niet. Na maanden op de bodem van de sloot was het bruine plakkerige kadaver niet meer herkenbaar.
Dierenarts Monique Verkerk werd erbij geroepen. Het bleek niet om één hond te gaan, maar om twee konijnen. Van één van hen zat het schedeltje vreemd scheef , zegt Verkerk.

 

Terwijl ze het vertelt staat het schedeltje voor haar in een witte plastic pot op de werktafel van Frank van de Goot, patholoog anatoom in het Medisch Centrum Alkmaar. Hij zit aan de telefoon met de afdeling radiologie. Ik heb een konijnenkop. Ik wil onderzoeken of de beenderstructuur in tact is , legt hij uit. Als hij ophangt twinkelen zijn ogen. Hij kan er even tussendoor. De schedel zal met pot en al de ct-scan ingaan om hem te kunnen onderzoeken op breuken.
Van de Goot is forensisch patholoog. Dat houdt in dat hij gespecialiseerd is in het achterhalen van de doodsoorzaak als er een misdaad vermoed wordt. Bij mensen, benadrukt hij. Toch gaat hij zijn kennis nu ook toepassen op dieren. Als hij het niet weet kan hij terugvallen op de afdeling veterinaire pathologie van de Universiteit Utrecht, die zijlings bij het project betrokken is.

 

Van de Goot houdt van pionieren in zijn vakgebied. Ik heb ervaring van ruim vierduizend secties, waarvan duizend op afgeslachte mensen. Ik dacht: dat kan ik bij beesten ook. Hij vindt dat dierenmishandeling te vaak niet onderzocht wordt en dus ook niet bestraft. Al krijgt iemand maar een paar honderd euro boete, door het te onderzoeken laat je zien dat er iets mee gedaan wordt.
Toen Van de Goot nog voor het Nederlands Forensisch Instituut werkte, kreeg hij sporadisch te maken met forensische dierpathologie. Het is begonnen in Zoetermeer. Op een kinderboerderij werden opeens doorgesneden lammetjes en geitjes gevonden waar iemand met de darmen het woord 'leuk' bij had geschreven. Via de officier van justitie kwam dat bij het NFI terecht. Veel zware criminaliteit zie je toch vaak beginnen met dieren. Later kwam daar een onderzoek naar bruinvissen die in stukken aangespoeld waren bij.

 

Dierenmishandeling is nog steeds een ingewikkeld gebied voor justitie. Onderzoek doen naar de dood van een dier is moeizaam en bovendien bijzonder kostbaar. Wil je dierenmishandeling op strafrechtniveau behandelen, dan zul je ook je bewijsvoering op dat niveau moeten dichttimmeren , zegt Van de Goot. Daar zijn bedragen in! Een beetje sectie kost 15.000 euro. Een nieuw konijn kost twintig. Dan kopen mensen dus gewoon een nieuwe en wordt geen onderzoek gedaan. Dat willen we veranderen door secties op laag prijsniveau aan te bieden.

 

Op de ct-scan zijn geen breuken te zien. De volgende stap ligt in de kelder, in de sectiekamer naast het mortuarium. Op de roestvrij stalen tafel waar normaal gesproken de doden uit het ziekenhuis onderzocht worden, gaat de kop uit de pot. Bruingroen en onherkenbaar komt hij tevoorschijn. Het ziet er eerder uit als een harige tennisbal die te lang in de struiken gelegen heeft, dan als lichaamsdeel van een dier.
Het ziekenhuis kijkt met argusogen naar het dierenonderzoek, weet de patholoog. Terecht, want het mag natuurlijk geen risico opleveren voor de patiënten. Als dit gaat lopen, willen we ons eigen laboratorium.

 

Maar wie zit er te wachten op forensische dierpathologie? De dierenpolitie is na de val van Rutte I direct om zeep geholpen. Ach, je hebt een politieke werkelijkheid en de echte werkelijkheid , zegt Van de Goot. Heel mooi hoe ze er in Den Haag over denken, maar wij gaan dit gewoon doen. Lukt het niet, dan stoppen we er na een jaar weer mee.


Vlug onderzoekt Van de Goot de huid en de schedel. Geen bloedingen , zegt hij. Dat betekent zoveel als dat het dier bij leven geen klap op zijn hoofd gehad heeft. Of hier sprake is van een dubbele konijnenmoord blijft dus de vraag. Verkerk en Van de Goot hebben nog één truc achter de hand: de kop kaal koken en dan nogmaals kijken of er echt geen breuken te zien zijn. De politie krijgt daarna een rapport van hun bevindingen. Waarschijnlijk is dat de konijnen de boeken in gaan als cold case. Maar niemand kan zeggen dat de zaak niet grondig onderzocht is.