donderdag 16 januari 2014 / Ilvy Njiokiktjien

Artikelen / hp/ de tijd

Carnaval in een pil

Als iemand alles weet van ecstasy, is het drugsonderzoeker Ton Nabben. Zo lang als het verbod op de pillen bestaat, doet hij er onderzoek naar: al een kwart eeuw. Een nacht lang op jacht naar chemisch geluk.

‘Nee, vrijdag kan niet. dan is daar een urbanfeest,” meldt criminoloog Ton Nabben aan de telefoon als we een afspraak maken om met hem mee naar een club te gaan. “Als je wat te weten wil komen over ecstasy, moet je niet naar een urban-avond gaan. Op urban feesten wordt weinig ecstasy gebruikt. Het ritme van de muziek leent zich er niet voor, en in de zwarte cultuur zit pillen slikken niet ingebakken, doordat er heel kritisch naar controleverlies wordt gekeken.”

 

Nabben kent wel Surinaamse stappers die ecstasy gebruiken, maar die doen dat op een andere plek, bijvoorbeeld op een festival, en dan vaak ook nog met witte vrienden. Blowen en alcohol is weer wel bon ton, maar wie pillen in het veld wil bestuderen, kan beter naar een feest met digitale muziek. Het intrigeert Nabben. Waarom in de ene cultuur niet, in de andere wel?


Nabben was afgelopen zomer nog in de hippe club, die niet met naam in HP/De Tijd wil. Hij kent het er goed, er komen veel Amsterdammers, weinig toeristen. “Als je iets te weten wil komen over binnenlands gebruik, is dit een goeie locatie.” Geroutineerd gaat hij in de linker rij staan. De beveiliger rechts kent hij als kattig en uit de hoogte. “Geen zin in dat gezeik. Als mijn avond zo begint, wil ik direct weer naar huis. Dat is net zoiets als mijn schoenen uit moeten doen voor controle, daar begin ik niet aan.”


Nabben is met zijn vijftig jaar twee keer zo oud als de gemiddelde bezoeker, maar het lijkt hem niet te deren. Hij is thuis in het nachtleven. Avonden als deze gebruikt Nabben als achtergrond voor zijn onderzoeken. Hij is net bezig met de afronding van het vijfjaarlijks clubonderzoek van het Bonger instituut van de Universiteit van Amsterdam, zijn werkgever.

 

Dit jaar is het de vijfde meting in 25 jaar. “Zo krijg je elke keer een snapshot van een subgeneratie. De focus ligt op de stand van zaken in het middelengebruik.” Op een housefeest kun je erop dansen, bij rustige muziek heeft het een mellow effect, in de kinky scene worden mensen er geil van.’


Ecstasy kwam afgelopen zomer meerdere malen in het nieuws nadat twee keer in korte tijd vervuilde pillen opdoken in de drugstests van het Trimbos Instituut. Een onheilspellend uitziende roze pil met een vraagteken in spiegelbeeld erin gestanst bevatte geen MDMA, normaliter het hoofdbestanddeel in ecstasy, maar PMMA. Die stof werkt minder snel en minder heftig dan MDMA, waardoor gebruikers denken dat ze een slappe pil hebben geslikt en snel overdoseren.

 

De clubs hingen vol waarschuwingen. Toch zijn er sterke aanwijzingen dat de meeste sterfgevallen door ecstasy niet veroorzaakt worden door vervuilde pillen, maar door de grote hoeveelheden MDMA die tegenwoordig in de drugs zitten. Zeker weet niemand het. Ecstasydoden worden niet apart bijgehouden omdat het er, tot deze zomer in ieder geval, zo weinig waren dat ze in de restcategorie van de statistieken belandden.

 

Toen Nabben net met zijn onderzoek begon, zat er gemiddeld 80 milligram MDMA in de pillen. Precies genoeg voor een tevreden, eufoor gevoel, het mellow waar de Party Animals over zingen. Nabben: “75 tot 150 milligram is in de literatuur de – tussen aanhalingstekens – veilige dosis. Het is voor een mens hanteerbaar als je ongeveer binnen die hoeveelheid blijft.” Maar de moderne pillen bevatten de afgelopen drie jaar gemiddeld 130 milligram MDMA, met uitschieters naar 250 en zelfs 300 mg.


Hoe meer geluk in een pil hoe beter, is de gedachte van de huidige generatie gebruikers. “Deze generatie wil hoge hoeveelheden MDMA, dat is een opvatting die er maar moeilijk uit gaat. Mensen die hun pillen laten testen, reageren teleurgesteld als de hoeveelheid MDMA gemiddeld is. Een hoge dosering is blijkbaar de norm.” Het risico op overdosis neemt daardoor toe, juist doordat de pillen zo zuiver zijn. “Voor je het weet, heb je in plaats van een halfje een hele pil op, soms met zo’n dubbele dosis. Je gaat zweten, je kan agressief worden, hartkloppingen krijgen, in paniek raken. Als je overgevoelig bent, kan je er zelfs aan overlijden. Er is niet zoiets als risicovrij gebruik.”


Toch is ecstasy al bijna een kwart eeuw een ‘magisch middel’. Nabben denkt dat dat komt doordat de gebruiker door zo’n pil de verplichtingen van het dagelijks leven makkelijker kan loslaten. “Zie het als een soort mini-carnaval, waarin je eigen verwachtingen en de gedachte aan de verwachtingen van anderen kan laten vieren.”

 

Ecstasy is een drug die zich als een kameleon aanpast aan de situatie. “Op een housefeest kan je erop dansen, bij rustige muziek heeft het een mellow effect, en in de kinky scene worden mensen er geiler van. De gemene deler is dat je er socialer van wordt; de expressie van mensen wordt makkelijker.”

 

Ecstasy kwam op in de jaren negentig, toen de grimmige punksfeer plaatsmaakte voor hedonisme. De populariteit van house, de muziek waar ecstasy nog steeds onlosmakelijk mee verbonden is, liep parallel met het succes van de pillen. Eerst aan de rafelranden van Amsterdam, vervolgens ook in het centrum van de stad, waar drugs en de muziek vanuit de undergroundscene bovengronds kwamen in de populaire discotheek Roxy. Inmiddels is het middel wijdverbreid en is Nederland een van de grootste ecstasyproducenten ter wereld. 

 

Voor de toiletten van de club staan twee vrouwen innig met elkaar te zoenen. Een uurtje geleden hebben ze hun eerste ‘kwartje’ afgeknabbeld. De twee hebben afgelopen zomer voor het eerst een pil genomen. Beiden noemen het een onvergetelijke ervaring, die ze voor geen goud hadden willen missen.


Voorheen waren zij altijd de enigen van hun vriendenclub die niet meededen. “Het was angst. Pure angst om in het ziekenhuis te belanden,” zegt de blonde Denise (37). “Maar het beviel heel erg goed, ik vergeet die avond nooit meer. Het is onvergelijkbaar met bijvoorbeeld drank. Het gevoel is zo eufoor, maar je visie blijft helder.”

 

Ook nu voelen ze zich gelukkig, alsof ze de hele wereld aankunnen. Ze zijn al vijftien jaar vriendinnen, maar met een pilletje op zijn ze nog net iets liever voor elkaar dan anders. “We vinden eigenlijk iedereen heel lief.”

 

Beide vrouwen hebben een gezin. Nabben: “Zou je het eerlijk tegen je kinderen zeggen als ze je zouden vragen of je weleens drugs gebruikt hebt?” Denise zegt van wel, mocht haar dochtertje, dat nu anderhalf is, er later naar vragen. “Als ze het later zelf ook eens wil proberen, wil ik wel dat ze het overdenkt. Je hebt maar één lichaam, daar moet je goed op passen.”

 

Die twee vrouwen zijn wel atypisch, zegt Nabben later. “Het zijn laatbloeiers. De meesten beginnen als ze tussen de twintig en de dertig zijn.” De leeftijd van beginnen en het feit dat ze het ook aan hun kinderen vertellen, zegt iets over de normalisering van ecstasy, vindt Nabben. “Steeds meer mensen komen ermee in aanraking of nemen het zelf niet maar kennen anderen die het gebruiken. Over ecstasy wordt vrij mellow gedacht, heel anders dan bijvoorbeeld over cocaïne.”


Nabben sluit niet uit dat pillen dezelfde status krijgen als cannabis, een drug die al ruim veertig jaar in Nederland verkrijgbaar is. Na cannabis is ecstasy nu de meest gebruikte drug. Ruim een half miljoen Nederlanders hebben weleens een pil geprobeerd, de helft van de Amsterdamse uitgaansscene heeft er ervaring mee. Op het feest waar we zijn, schat hij het percentage tussen de 25 en 30 procent. “Maar dit kan je zien als één grote vissenkom.”


Wie door de ogen van Nabben naar het uitgaansleven kijkt, ziet de feestgangers haast op een antropologische manier. Gebruikers pikt hij er zo uit. “Je ziet het aan alles: lossere bewegingen, zweten, vergrote pupillen.” De vrolijke Oscar, die aangetrokken wordt door de camera, ziet Nabben dan ook al ruim van tevoren aankomen. Hij is niet de enige die interesse heeft in het fototoestel. De hele avond springen er mensen voor de neus van de fotograaf, allemaal willen ze op de foto.


“Wauw, mooi hoor, zal ik een foto van jullie maken, wel lachen hoor, wauw, wat een mooi ding,” ratelt Oscar. Net als Denise ziet ook hij er buitengewoon content uit. Een uur geleden is er een pil in gegaan. Hij slikt bijna altijd als hij uitgaat, want ecstasy maakt hem ‘lekker los’. Bovendien heeft hij chronisch moeie benen, een gevoel dat na een pilletje plaatsmaakt voor de drang om te dansen.

 

Als Oscar weer terug drentelt richting dansvloer, zegt Nabben: “Vooral hoger opgeleiden zijn op dit moment calculerend in hun drugsgebruik. Ze kienen nauwkeurig uit met wie, waar en wanneer ze gebruiken. Het betekent voor hen loskomen van verplichtingen zoals werk en studie. Dat is trouwens belangrijk voor elke generatie.” Het publiek deze avond is hoogopgeleid, analyseert hij. “Het zijn mensen die weg willen van het idee van de klassieke club, met een voorkeur voor wat complexere muziek. Zeker de helft hier is student.”

 

De laatste tien jaar zit er ‘s zomers een piek in het ecstasygebruik; vanwege de enorme opkomst van festivals, denkt Babben. De huidige generatie beweegt zich langzaam uit de bestaande clubs en discotheken en zoekt het feest liever buiten de gebaande paden.

 

Rafelranden zijn in, gelikt is uit. Nabben schrijft de beweging naar buiten deels toe aan de vele begrenzende maatregelen van de afgelopen jaren: het rookverbod, strenge sluitingstijden en het zerotolerancebeleid voor drugs. De vele festivals varen er, in tegenstelling tot nachtclubs, wel bij. “Dat zijn een soort feestsafari’s. Die duren langer, ook qua tijdsbeleving. Mensen zijn dan eerder geneigd om een pil te nemen. Als ze maar een uurtje hebben voor ze weer naar huis gaan, doen ze het niet.”

 

De groep die in de club deint op het ritme van de trage minimal techno, gebruikt een palet aan drugs, hoewel ook in deze groep alcohol nog steeds de boventoon voert. “Ik verwacht hier vooral stimulerende middelen zoals ecstasy en speed. designerdrugs, lachgas en dopamines, zoals cocaïne, zal je hier minder aantreffen.”

 

Dat cocaïne wat uit de gratie lijkt te zijn, heeft te maken met de tijdsgeest: coke is duur – 50 tot 80 euro voor een gram – en bovendien snel uitgewerkt. Het zou ook kunnen dat cocaïne qua populariteit heeft ingeboet doordat ecstasy de laatste jaren weer een opleving heeft gehad, blijkt uit het jaarlijkse Antenneonderzoek naar trends in alcohol-, tabaks- en drugsgebruik bij jonge Amsterdammers. Twee keer per jaar interviewt Nabben voor dit onderzoek een groep gebruikers uit de uitgaanswereld. Anoniem vertellen zij over hun waarnemingen in het nachtleven.
Het Antenneonderzoek is ook een van de belangrijkste pijlers onder Nabbens promotieonderzoek uit 2010 geweest. het proefschrift high Amsterdam – ritme, roes en regels geldt als zijn magnum opus – of zoals hij zelf zegt, zijn magnum dopus – van ruim twee decennia onderzoek.

 

Nabben onderzocht daarvoor drugsgebruik in alle lagen van de bevolking en in elke denkbare subcultuur. Hij begon met de heroïnehoertjes achter het Centraal Station in de jaren negentig, verlegde zijn onderzoek naar de jongenshoeren in de paardenstraat in de Amsterdamse binnenstad, en van daaruit rolde hij de kraakbeweging in. “Uitgaan is altijd de constante geweest. Ik ga zelf al vanaf de jaren tachtig uit. Ik heb het geluk gehad dat ik van mijn hobby mijn werk heb kunnen maken. Het duurde even voor ik op gabberfeesten gewend was. Maar uiteindelijk had ik het ook daar best leuk."

 

 

Nabben participeert tot op zekere hoogte in de scene waarin hij een onderzoek doet. Zo stond hij eind jaren negentig in een rubber pak op een seksfeest waar je zonder leer, lak of rubber niet binnenkwam. Het was de eerste ‘uitbraak’ van GHB. Zijn logboek bewaarde hij in de EHBO-ruimte. Alles in naam der wetenschap.

 

Moeite met het aanspreken van mensen heeft Nabben niet. “Ik voel me er wel vrij in. Je moet bij sommige scenes even omschakelen. Het duurde bijvoorbeeld even voor ik gewend was op gabberfeesten, maar uiteindelijk word je geabsorbeerd in het feestgedruis en is het ook daar best wel leuk.”

 

Nu bezoekt hij nog steeds feesten, maar lang niet meer zoveel als in de housejaren van weleer. In tegenstelling tot de jaren negentig heeft hij nu een groter netwerk van informanten die het uitgaansleven voor hem in de gaten houden. Zo volgt hij jonge gebruikers die net beginnen. Tweejaarlijks spreekt hij een aantal voorlopers uit het uitgaansleven die hem bijpraten. Ook gaat hij geregeld rond bij smartshops, die hem in contact brengen met experimentele gebruikers, en ten slotte houdt een aantal dj’s hem op de hoogte van de sfeer in het nachtleven.

 

Zoals iedere brandweerman graag een fikkie stookt, zo probeerde Nabben zelf de nodige drugs uit. Hij loopt er niet mee te koop. een zuinig ‘ik heb wel ervaring met middelen’ antwoordt hij op de vraag naar zijn eigen gebruik. “Als je drugs gebruikt, hangt het er erg van af wat je ermee wilt bereiken en met wie je het doet. Toen ik net in Amsterdam kwam wonen, in 1980, rookte ik heroïne van folie met een vriend, maar kwam er al vrij snel achter dat het niks voor mij was.”

 

Nabben experimenteerde verder, gebruikte amfetamine en lsd. Die laatste psychedelische drug veroorzaakte een blijvende verandering. “Lsd was echt een eyeopener voor me. Vele malen indrukwekkender dan heroïne.” Toen Nabben in de jaren tachtig, met lsd achter de kiezen, de Leidsestraat in keek, zag hij de lange rij kebabtenten waar de bezopen feestgangers in- en uitliepen. Nuchter was de overdaad aan fast food hem nooit opgevallen. “Opeens drong het tot me door dat de manier waarop we met eten omgaan, dat geïndustrialiseerde en het massale, me tegen de borst stuitte.” Na die trip was Nabben vijftien jaar lang vegetariër. “Als je onder invloed bent kunnen dingen zich enorm uitvergroten en je inzichten geven die je voorheen niet gehad had. die Leidsestraat vol vlees en mayo – het riep een enorme walging bij me op.”


En nee, hij propageert het gebruik van drugs niet, maar je moet er wel reëel over zijn, vindt hij. “Over de symbolische betekenis van drugsgebruik heb ik een andere opvatting dan de politie. Het gebruik van drugs kent een heel sociale component. Door de ongeremdheid zijn mensen ontzettend van het uitdelen. Dat is iets totaal anders dan de dealcultuur die de politie erin ziet.”

 

Maar maakt een drug als ecstasy echt gelukkig of beperkt de euforie zich tot de lichamelijke reactie op de stof MDMA? “Nee, ik denk dat het ook op lange termijn best gelukkig kan maken. Al is het alleen al omdat veel mensen er heel leuke, gedeelde herinneringen aan overhouden.”/