vrijdag 23 mei 2014 / 15-05-2014 / / Energiewende Wilde zwijnen

Artikelen / TROUw

Brandstof voor de zwijnen

De Duitse Energiewende heeft ook effect op de natuur: wilde zwijnen doen het namelijk heel goed in de mais- en koolzaadvelden voor biomassa. 

 

Het wilde zwijn is in Duitsland een plaag. Door de productie van groene stroom bij de oosterburen zijn er honderdduizenden hectares leefgebied en voedsel bijgekomen in de vorm van mais en koolzaad. Inmiddels wandelen de dieren ook de Nederlandse grens over.


Boer Hans-Jürgen Langbehn uit Sleeswijk-Holstein heeft ze geteld. Precies 72 wilde zwijnen wonen er nu in zijn velden. Begin april, toen het koolzaad hoog genoeg stond, liepen ze in groepen uit het bos, de groene zee in. Langbehn zag ze 's nachts gaan op de camera's die hij rondom zijn velden heeft staan.
Niet dat hij er nu iets aan kan doen, de zwijnen zitten veilig verscholen in zijn gewas. Er is voedsel en dekking genoeg, terug naar het bos hoeven ze pas als het koolzaad geoogst wordt. Dat is ook het moment dat Langbehn ziet wat er kapot is gegaan. "Ze maken hun nesten in mijn veld, ze spelen, slapen er en wroeten in de grond. Jaarlijks maken ze zo'n vier hectare mais- en koolzaadakker stuk. Weet u hoeveel dat is, vier hectare? Dat is veer-tig-dui-zend vierkante meter."
Het aantal wilde zwijnen groeit. Dat geldt voor de populatie in heel Europa, maar nergens is die omslag zo duidelijk te zien als in Duitsland. Afgelopen jachtseizoen werden er 644.239 wilde zwijnen geschoten in Duitsland. Voor de oorlog werden daar - toen in oppervlak nog eenderde groter dan nu - jaarlijks zo'n 30.000 wilde zwijnen geschoten. Nu wordt dat aantal alleen al in Rijnland-Palts, de deelstaat aan de grens met België en Luxemburg, gehaald.
Inmiddels marcheren de wilde zwijnen ook de stad in. Als opportunistische alleseters halen ze hun neus niet op voor een vuilnisemmer, etensresten in een stadspark of trapveldje. Berlijn heeft inmiddels veertig stadsjagers die ook binnen de stadsgrenzen op zwijn jagen.
Een van de belangrijkste oorzaken van de zwijnen-explosie wordt gezocht in een veranderend agrarisch beleid: er wordt steeds meer mais en koolzaad voor energiewinning verbouwd. De Duitse overheid stimuleert de productie in het kader van de Energiewende, de overgang naar duurzame energie.

 

'Ze maken hun nesten in mijn veld, ze spelen, slapen er en wroeten in de grond'

 

Biodiesel
In het voorjaar staat in Duitsland nu 1,4 miljoen hectare koolzaad mooi geel te zijn. In de zomer en in het najaar veranderen de nu grotendeels gele velden in ruim 2 miljoen hectare mais. Met de met subsidie verbouwde grondstoffen worden biovergisters en olieverwerkers voor biodiesel gevoed. En dus een almaar groter wordend aantal wilde zwijnen.
Ook in Nederland is de groei van de populatie bij de oosterburen te merken. Aanvankelijk werd aangenomen dat de zwijnen in Limburg en Brabant afkomstig waren van de populatie die in natuurgebied de Meinweg leeft. Uit recent DNA-onderzoek van onderzoeksinstituut Alterra, blijkt dat de zwijnen in de provincies afkomstig zijn uit België en Duitsland.
Nog steeds wordt in Nederland stug vastgehouden aan het nulstandbeleid: ieder zwijn buiten de Veluwe of de Meinweg krijgt zo mogelijk de kogel. "Dat is bijna niet meer vol te houden", zegt onderzoeker Hugh Jansman, ecoloog en onderzoeker bij Alterra, onderdeel van de Wageningen UR. "Inmiddels komen wilde zwijnen in de hele grensstreek voor. Er zijn al wilde zwijnen gesignaleerd in Utrecht, in de Oostvaardersplassen, in Drenthe en in Overijssel. De natuurlijke verspreiding hier is in lijn met de opmars van de wilde zwijnen in Noordwest-Europa."
Ook in Nederland is een sterk vermoeden dat het succes van de zoogdieren mede te wijten is aan de toenemende monocultuur op het boerenland. "Het telen van energiemais is koren op de molen voor de populatie. Je creëert er een voedselbonanza mee, maar nog belangrijker is de beschutting", zegt Jansman. "Mais en koolzaad gelden als migratieleefgebied. Zwijnen kunnen onopgemerkt van bos naar bos lopen, ook overdag als ze willen. Je koopt er eigenlijk twee maanden extra tijd mee dat ze kunnen migreren."


Tienermoeders
De tweede belangrijke oorzaak waarom het aantal wilde zwijnen blijft groeien, ligt bij het weer. Winters zijn steeds milder, waardoor biggen de eerste maanden doorkomen. In koude winters sterven de pyjama's, zoals ze door jagers genoemd worden, bij bosjes van de kou en door voedselgebrek.
Nu overleven de dieren bijna allemaal. De voedselsituatie, ook buiten de akkers om, is zo rooskleurig dat in Duitsland zelfs al gesproken wordt over tienermoeders onder zwijnen; door het gunstige klimaat zijn de beesten ook eerder geslachtsrijp.
Jansman denkt niet dat wandelaars in de nabije toekomst struikelen over de wilde zwijnen. Maar dat het er ook in Nederland meer worden, lijkt onvermijdelijk. "Dat heeft niet alleen maar nadelen. Het zwijn is een ecosysteemmaker. Met zijn gewroet creëert hij ook kansen voor andere planten en dieren."
Boer Langbehn ziet dat niet zo. Nu hij de zwijnen heeft kunnen tellen, weet hij in ieder geval hoeveel hij er te schieten heeft als de oogst begint. Als de machines door het veld gaan, verzamelt hij nog vijftien andere jagers om de vluchtende dieren te doden.
Maar in de buurt van de 72 is Langbehn nog nooit gekomen. Hij schiet doorgaans twintig zwijnen per jaar. Het vlees van de wilde varkens mag hij verkopen, maar het is lang niet voldoende om de schade die de beesten veroorzaken te compenseren.
"Een kilo zwijnenvlees is nu maar vijftig cent waard, de schade is jaarlijks meer dan 10.000 euro", zegt Langbehn - al dertig jaar boer in Sleeswijk-Holstein. "Dat was vroeger meer, twee Duitse mark per kilo, maar er is nu zoveel vlees op de markt, ook uit Oost-Europa, dat je er niet meer voor krijgt."

 

De getallen

Aan het eind van de jaren zestig werden in West-Duitsland en de DDR samen 50.000 wilde zwijnen per jaar afgeschoten. In de jaren zeventig waren dat er al honderdduizend. Nog geen tien jaar later verdubbelde dat aantal, maar pas aan het eind van de jaren negentig ging het echt hard: rond de millenniumwisseling werden in Duitsland 400.000 dieren afgeschoten, twee jaar later was dat aantal al een half miljoen.